Hoe staat het met jouw werkplezier gesteld?

Werkplezier is voor iedereen anders. Je zou werkplezier kunnen omschrijven als de situatie, dat je je verheugt om een dag op het werk door te brengen, dat je met een glimlach naar je werk toe gaat, dat je fijne collega’s hebt die je helpen wanneer dat nodig is en die oprechte interesse tonen in jou, met een baas die je in je waarde laat en je zinvol werk geeft, met de ondersteuning en uitdaging die je nodig hebt. Werkplezier is trots zijn op het werk dat je onder je hebt. Dat je niet bang hoeft te zijn dat er achter je rug om over je wordt geroddeld. Werkplezier is onder meer: waardering krijgen voor je inzet en productie.

Het is goed om voor jezelf na te gaan wat werkplezier voor jou betekent. Wanneer denk je dat jij het ultieme plezier in je werk hebt bereikt? Welke elementen daarvan ontbreken op dit moment op jouw werkplek? Neem de tijd om daar eens over na te denken.

Er zijn op internet diverse testen te vinden om te bepalen hoe het gesteld is met je werkstress (klik bijvoorbeeld hier voor een sneltest van de vakbond FNV). Je kunt ook onderstaande indicatieve test maken. Deze test geeft inzicht welke aspecten voor jou van belang zijn en waar mogelijk verbetermogelijkheden liggen.

Kruis aan in hoeverre onderstaande uitspraken voor jou van toepassing zijn (op dit moment)…

  

 Vaak (A)

 Soms (B)

 Nooit (C)

 1. Om mijn dagtaak af te krijgen moet ik heel hard werken.

 

 

               

 

 2. Ik kan mijn eigen pauzes (rustmomenten) bepalen. 

 

 

 

 3. Ik moet (in mijn werk) verschillende dingen tegelijk doen. 

 

 

 

 4. Als ik ’s avonds naar huis ga, heb ik mijn werk (voor die dag) afgekregen.

 

 

 

 5. Ik moet werkzaamheden doen waar ik niet voor ben opgeleid.

 

 

 

 6. Ik word verantwoordelijk gesteld voor dingen waar ik geen invloed op heb.

 

 

 

 7. Ik krijg opdrachten die met elkaar in tegenspraak zijn. 

 

 

 

 8. Het werk past uitstekend bij mijn persoonlijkheid. 

 

 

 

 9. Ik zie de zin van mijn werk in. 

 

 

 

 10. Ik denk ………. ‘als ik de kans had, zou ik van baan veranderen’.

 

 

 

 11. Thuis zit ik nog een tijd aan mijn werk te denken. 

 

 

 

 12. Ik drink gemiddeld ca. twee glazen alcoholhoudende drank per dag. (A = meer, B = klopt, C = minder)

 

 

 

 13. De taken en verantwoordelijkheden op de afdeling zijn en worden goed verdeeld.

 

 

 

 14. Als ik op vakantie ben, denk ik nog aan mijn werk. 

 

 

 

 15. Ik zie er tegenop om aan een nieuwe werkdag te beginnen.

 

 

 

 

En nu nogmaals voor de volgende uitspraken………(1e gevoel bij A, B of C aankruisen)

 

 

 Vaak (A)

 Soms (B)

 Nooit (C)

 16. Na mijn werk heb ik genoeg energie om iets te ondernemen.

 

 

 

 17. Ik slaap ’s nachts goed (voldoende tijd en zonder onderbreking).

 

 

 

 18. Ik heb voldoende autonomie (zelfstandigheid) in mijn werkzaamheden.

 

 

 

 19. Mijn werkplek is goed ingericht. 

 

 

 

 20. Ik vind dat er voldoende opleiding- en ontwikkelmogelijkheden zijn.

 

 

 

 21. Ik vind dat er voldoende doorgroeimogelijkheden zijn. 

 

 

 

 22. Ik krijg voldoende (kwalitatief goede) feedback op mijn handelen en werk.

 

 

 

 23. Ik leef op als ik bezig ben met sporten of met mijn hobby.

 

 

 

 24. De balans tussen werk en privé is uitstekend. 

 

 

 

 25. Naar mijn suggesties om het werk beter te laten verlopen, wordt serieus geluisterd.

 

 

 

 26. Ik kan gemakkelijk (inhoudelijk en/of sociaal) overleggen met collega’s.

 

 

 

 27. Het afgelopen jaar ben ik i.v.m. ziekte afwezig geweest (A = nee, B = 1 x, C = 2 x of meer).

 

 

 

 28. De beloning en waardering zijn goed in verhouding tot de gevraagde werkzaamheden.

 

 

 

 29. Binnen het werk wordt aan kwaliteitsverbetering (bijv. intervisie) gedaan.

 

 

 

 30. Ik heb een goede verstandhouding met mijn leidinggevende.

 

 

 

 

 Uitslag van de test

Om nu tot een definitieve score te komen is van belang om de diverse antwoorden te tellen en in onderstaande tabellen in te vullen.

Werkstressoren (vraag 1 t/m 15)

 

Antwoord

Aantal

Punten per antwoord

Subtotaal

A

 

 

10

 

B

 

 

5

 

 

 

 1

 

 Totaal werkstressoren

 

Optellen totaal ->

 

 

 Energiebronnen (vraag 16 t/m 30)

 

Antwoord

Aantal

Punten per antwoord

Subtotaal

A

 

 

10

 

B

 

 

5

 

 

C

 

 1

 

 Totaal energiebronnen

 

Optellen totaal ->  

 

 

Zet nu beide scores naast elkaar en ontdek tot welke categorie u behoort (hoe extremer de scores, hoe toepasselijker de tekst).

 

Wat betekent de uitslag van de test?

In deze vragenlijst is het WEB-model gehanteerd als theoretisch kader. Onderzoek met het WEB-model in verschillende beroepsgroepen toont aan dat bij het ontstaan van een werkbeleving twee verschillende processen een rol spelen:

1) Werkstressoren (bijvoorbeeld een te hoge werkdruk en emotionele belasting) leiden een voortdurende aantasting van de energiereserves en op de lange duur mogelijk tot uitputting. Dit heeft zowel op persoonlijk niveau (meer gezondheidsklachten) als op organisatieniveau (verhoogde verzuimnoodzaak) gevolgen.

2) Energiebronnen (bijvoorbeeld sport, beloning, feedback en werk-privé balans) kunnen het effect van werkstressoren compenseren of teniet doen. Het sturen op energiebronnen heeft bewezen positieve gevolgen te hebben. Mensen die beter in hun vel zitten, presteren beter, voelen zich beter en hebben minder vaak gezondheidsklachten.

 

Juist de combinatie tussen twee bovengenoemde factoren maakt dat medewerkers zich prettig voelen op het werk. Kijk daarom nu snel tot welke categorie u behoort en ga aan de slag met de uitkomst (en wat dit voor je betekent).

 

Apathie (0-75 werkstressoren; 0-75 energiebronnen)

Voor medewerkers die zich in het deelgebied apathie bevinden in het werk ‘noodzakelijk kwaad’. Het werk laat ze koud, klanten (intern en/of extern) zijn lastig. Het ontbreken van werkstressoren lijkt positief, maar kan in dit geval uitgelegd worden als een gebrek aan uitdaging(en) in het werk. Deze medewerkers worden eigenlijk onderbelast en komen om die reden niet tot presteren. Ook het ontbreken van energiebronnen is deel van het probleem, er is zowel binnen als buiten het werk geen uitdaging waar de zinnen mee verzet kunnen worden. Om te komen tot werkplezier is het van belang om zowel op zoek te gaan naar werkstressoren (uitdaging) in het werk als naar andere vormen van energiebronnen.

 

Werkstress (75-150 werkstressoren; 0-75 energiebronnen)

Voor medewerkers die zich in het deelgebied werkstress bevinden in het werk een energieconsumerende bezigheid. In dit deelgebied bevinden zich de medewerkers die (het gevoel hebben) hard (te) werken en/of functioneren boven hun persoonlijke grenzen. Daardoor hebben zij geen tijd of mogelijkheid om met ontspanning bezig te zijn. Te lang werken in het kwadrant werkstress levert verschijnselen van vermoeidheid, slaapgebreken verminderde concentratie en prestatie op. Om te komen tot werkplezier is het vooral van belang om op zoek te gaan naar persoonlijke energiebronnen eventueel in combinatie met het verminderen van werkstressoren.

 

Verveling (0-75 werkstressoren; 75-150 energiebronnen)

Voor medewerkers die zich in het deelgebied verveling bevinden is het werk een ‘dagelijks ritueel’. Het werk biedt weinig tot geen uitdaging en is vooral routinematig te noemen. Vaak is het zo dat deze medewerkers overgekwalificeerd zijn voor de te uit te voeren werkzaamheden. Er is sprake van een tekort aan uitdaging in het werk. Het kan echter zijn dat medewerkers bewust kiezen voor dit deel van het kwadrant bijvoorbeeld omdat de thuissituatie de nodige energie vraagt. Zie dit als een vorm van zelfbescherming. Om te komen tot werkplezier is het van belang om bewust te zijn van de persoonlijke omstandigheden, op zoek te gaan naar werkstressoren (uitdaging in het werk).

 

Werkplezier (75-150 werkstressoren; 75-150 energiebronnen)

Voor medewerkers die zich in het deelgebied werkplezier bevinden is het werk een optimale mix van werkstressoren en energiebronnen. Deze medewerkers hebben een uitgesproken positieve beleving van hun werk, verzuimen minder, presteren beter en hebben minder vaak de intentie van baan te veranderen (tenzij sprake is van doorgroei- en/of ontwikkelmogelijkheden). Ook blijkt dat medewerkers met een positieve beleving meer betrokkenheid tonen. Het is vooral zaak om scherp te hebben welke stressoren en energiebronnen het werkplezier veroorzaken, zodat (onbedoelde) veranderingen in de balans kunnen worden opgevangen of worden gecompenseerd.  

 

Tot slot: ben je niet tevreden met je uitkomst? Kijk dan verder op deze site bij mogelijkheden hoe je 'de weg naar bevlogenheid' wel weer kunt inslaan! Of klik hier om direct je stress te reduceren!